Wat had ik toch gedacht, dat mijn lijfje zich zomaar ging plooien,
van een kantoor-leventje naar 6u per dag op de fiets.
Niet dus… met een grote donkere wolk boven mijn hoofd en doemscenario’s voor ogen, zat ik in de wachtzaal, een beetje gestrand.

De dokter kwam speciaal om mij te zien. Ik zag er ook een beetje ontredderd uit. Huilend en in horten en stoten vertelde ik hem mijn verhaal over mijn vakantie, fietsen, bergen en een sputterende knie die weigerde om bergen op te fietsen met mijn bagage. Na pas drie dagen fietsen…

Blessure-tijd dus… en nu weet ik hoe een professionele wielrenner zich moet voelen. Ik werd gekneed, beklopt, gemasseerd en nogmaals beklopt. Dan terug op de fiets, en nog eens alles van voor af aan. De diagnose was een opluchting en iedere cent waard. Mijn rechterdij-spier rekt en trekt en met wat ijs op het einde van een fietsdag zou die pijn overgaan.
Hoera voor de wonderdokter, want vandaag deed ik 120km over berg en dal. Mijn knie doet het weer zonder te verpinken. OEFFFF…
Medaille dus voor de dokter en eentje voor mezelf en mijn knietje! Ik fiets dus dapper verder. (en kom nog niet naar huis!)

Nu nog een physio-therapeut zoeken die me blijft verzorgen met magische handen!