Blij om Alice Springs te verlaten, fijn om nog eens 22 uur in een trein rond te hangen. Deze keer met Spaans en Frans reisgezelschap. We pick-nicken, slapen en turen uit de vensters. Het landschap veranderd traag. Van droog zand naar groen. Geen enkele mens te zien tijdens die 1200km, enkel termietenheuvels en een verwilderde koe.
Op de trein had ik al aangekondigd dat ik zeker geen shuttlebus zou nemen, ah nee, ik fiets wel van het station naar de stad. Nogal stoer vond ikzelf, terwijl mijn nieuwe vrienden van de airco-trein naar de airco-bus wandelden, met in hun kielzog de gepensioneerde mensen uit eerste klas. Watjes…
Wham, de hitte slaat me in het gezicht. Dit voelt alsof ik in een te kleine badkamer sta. teveel verwarming, te veel damp, geen zuurstof of frisse lucht. Waar is de deur om dit boeltje een beetje te verluchten? Niets geen deur, Darwin heeft gewoon een Tropisch klimaat. Fietsen dus. 22 km, een uurtje later kom ik drijfnat van het zweet in de stad aan.
Ik klaag niet, zeker niet. Het regenseizoen mag dan wel gestart zijn. De wolkenformaties en de zonsondergang waren prachtig. De luxe om terug een privee-verblijfplaatsje te hebben midden t stad maakt alles super aangenaam. jeremy, de zoon van Carol,(die ik twee weken geleden onderweg tegenkwam) woont hier samen met zijn vriendin. Een ruime logeerkamer op het 5e verdiep met zicht op de oceaan is voor t moment mijn kamer. Luxe!




