Wanaka – 5730 km

Met een (klein) beetje schrik in mijn hartje verstop ik mijn fietsje onder een hoop varens. Ik trek mijn stoute schoenen aan, laad mijn kampeer en kookspulletjes op mijn rug en volg een heel erg vaag wandelpadje door de brousse (regenwoud) richting een innie-minnie-strandje. Drie keer over een stromend beekje, klauteren over boomwortels en rotsen, mijn fiets kon duidelijk niet volgen. Dus slaapt hij vannacht alleen. Als een ware Taran in het regenwoud.

Een tip gekregen van een insider, hier zouden pinguins ‘s morgens vroeg langs mijn tentje waggelen. En voor pinguins heb ik nu eenmaal veel over.
Ik deelde mijn strandje met 1001 zandmuggen en 0,0 pinguins.
(pinguins zijn hier voltallig te zien van april tot november)

Gletsjers, hangbrugjes, blauwe meren en bergtoppen met sneeuw omringen me met een bijhorend zomerzonnetje.